Verminderde animo, het niet meer beschikbaar zijn door studie en militaire dienst en het vertrek van enige 'oud gedienden' (Gerard Kleine en Ben Kanne waren eind '59 als actief speler gestopt) waren mede oorzaak van een terugval in het begin van de jaren ‘zestig’. Het waren moeilijke tijden voor de club en voor het bestuur waar ook veel wisselingen in korte tijd plaatsvonden. Theo Schuijt had tussentijds het (waarnemend) voorzitterschap op zich genomen na een korte interim 'regeerperiode' van Fons Krouwels en Dick van Diepen. Henk Geldermans beheerde sinds eind '59 het secretariaat en Carl Weber nam het penningmeesterschap van Truus Rozemeijer over. Theo Keet completeerde het bestuur als commissaris. De inzinking had ook gevolgen voor de kompetitie. In het seizoen 1960/'61 waren nog maar vier teams actief. Het damesteam: Truus Rozemeijer, Ria Smit en Ans Hoog Antink kwam met dispensatie als 3e-team uit in de herencompetitie. Het eerste team (overgangsklas) speelde ditmaal met Theo Keet, Bernard Winder en Henk Geldermans. Het 2e-team (1e-klas) deed het met Carl Weber, Nico Handgraaf en Han Tervoort. Het eerste-damesteam ging bestaan uit Marian de Goede, Atie de Goede en Joke de Wit. Het werd op alle fronten een kompetitie van 'hangen en wurgen'. Na een tijd van 'vette jaren' was nu een tijd van 'magere jaren' aangebroken. Maar men bleef optimistisch. De vraag was alleen nog: "voor hoelang?".
Door de komst van o.a. Rob Voogt (ex.Togido), de dames Jeeny Beers en Geesje Zuiderwijk (voor 1956 speelster bij Doko) beleefde de club rond 1962 een flauwe opleving wat door het wegvallen van anderen weer teniet werd gedaan. De kompetitie '62/'63 werd nu zelfs met nog maar twee herenteams (waarin twee ‘gedispenseerde’ dames waren opgenomen) en een geheel nieuw damesteam (Geesje Zuiderwijk, Jeeny Beers en Els Boots, eveneens een nieuwkomer) ingegaan. Dit damesteam werd in de komende jaren de verrassing van de afdeling. Gestart in de 4e-klasse rukte het team in twee seizoenen op naar de 2e-klasse, toen nog de hoogste klasse van de afdeling om ook daar direct het kampioenschap op te eisen. Hierdoor mochten zij daarna (1965) ook meespelen om het kampioenschap van Nederland. Hun tegenstanders Reactie (Alkmaar) en Gossima (Den Haag) waren echter te sterk.
In het voorjaar van 1963 maakten de dames Beers en Zuiderwijk in een brief hun ongenoegen kenbaar over de gang van zaken in de vereniging zoals het gebrek aan contact met de andere leden welke men zelden op de speelavonden zag en het wangedrag van sommige jeugdleden tijdens de wedstrijden van het damesteam. De dames voelden zich in de vereniging 'op een eilandje', en stelden, indien hierin geen verbetering zou
komen, dit wel eens het einde van hun nog korte verblijf bij Rapidity zou kunnen zijn.
Op hun aandringen werd een ledenvergadering belegd waar de grieven doorgesproken werden en een geheel nieuw bestuur gevormd werd. Carl Weber werd 'aangesteld' tot voorzitter. Van de 'dissidente' dames werd Geesje Zuiderwijk secretaresse en Jeeny Beers penningmeesteresse. Bert Kors nam het wedstrijdsecretariaat en de toto zaken op zich. Theo Schuijt bleef aan als commissaris. Energiek werden de zaken aangepakt. Bij de jeugd werd 'schoonschip' gemaakt door enige relschoppers van de club te verwijderen en men startte weer met het geven van gerichte jeugdtraining. Langzaam maar zeker krabbelde de club weer uit het dal en het leden aantal ging geleidelijk aan weer omhoog.
In december 1965 vierde de (toen nog R.K.) vereniging het 25jarig jubileum. De feestelijke dag werd ingezet met een H. Mis in de "Goede Raad" gevolgd door een gezamenlijk ontbijt in het Jozef-zaaltje. De oud voorzitters Dol van Duin en Gerard Kleijne waren eregast. In café Sport werd een druk bezochte receptie gehouden gevolgd door een feestelijk diner. De dag werd met een groot feest besloten.